Hoe herken je een probleemdrinker?

Ik rijd richting Uitgeest met de auto. Over een uur verzorg ik drugsvoorlichting voor groep acht. Als ik door de gang van de school wandel, word ik herkend door de leerlingen die daar op hun computer werken. In een eerder stadium heb ik namelijk alcoholvoorlichting verzorgd. Ze zijn enthousiast en blij mij te zien. Gehaast grissen zij hun spullen bij elkaar en haasten zich naar de klas.

Ik ben verheugd dat ik eerder kan starten. Ieder woord en minuut is er één met als uitgangspunt; goed informeren over de gevaren en gevolgen en handvatten aanreiken hoe zij zichzelf kunnen beschermen tegen het aanbod van verslavende middelen.

Tijdens de presentatie vraagt een jongen: ‘Mevrouw, mensen hebben toch niet altijd een probleem die alcohol drinken’. Verder maakt hij duidelijk dat er veel mensen in zijn omgeving met regelmaat alcohol drinken. We hadden het namelijk over een moeder die iedere dag alcohol was gaan drinken sinds haar man was overleden. ‘Niet altijd drinken mensen om problemen te vergeten, maar kun je zien wanneer mensen een probleem hebben’, zeg ik. Bedenkelijk kijkt hij mij aan.

‘Het kan zijn dat iemand gokproblemen heeft maar dat kun je niet zien aan iemand’, geef ik als voorbeeld. Hij knikt hij bevestigend. ‘Of iemand is lesbienne en zij ziet dit misschien als een probleem en drinkt daardoor alcohol’, is mijn tweede voorbeeld. ‘Ik bedoel te zeggen dat je niet in iemands hoofd kunt kijken of hij of zij problemen heeft’, zeg ik.

Een meisje steekt haar vinger op en zegt: ‘Mijn oma is lesbienne’. De juf zit achter in de klas, ze is bezig  met wat schoolwerk, kijkt op. De groep zit op het puntje van hun stoel aangezien het meisje al had verteld dat haar oma verslaafd was geweest aan drugs, daardoor in de problemen was geraakt en pogingen had gedaan om te stoppen met alcohol maar dat was tot op heden niet gelukt. ‘Is dit dezelfde oma waar je net over vertelde?’, vraag ik.  Het blijkt om dezelfde oma te gaan. ‘Mijn oma heeft een vriendin en die noem ik ook oma en ik denk dat mijn oma is begonnen met drinken omdat ze het als een probleem zag dat ze lesbisch is’, zegt het meisje.

Ik ben dankbaar dat het meisje haar verhaal deelde, aangezien informatie voor jongeren die ze kunnen koppelen aan een persoon in verhaalvorm veel beter blijft hangen dan theorie.

Thuis aangekomen overdenk ik de presentatie achter mijn bureau. Tegelijkertijd bekijk ik mijn mail en lees het volgende:

‘De kinderen uit mijn groep waren erg te spreken over jouw presentaties. Ze vonden je een eerlijke, lieve en lekker gekke dame. Ze hebben er veel van geleerd en waren uiteraard ook onder de indruk van jouw verhaal. Na je presentatie vroeg ik wie er na jouw verhaal goed gaat uitkijken met alcohol en drugs en eigenlijk was hun antwoord er niet eens mee te starten. Ik hoop dat ze er over vijf jaar nog steeds zo over denken!’