Slokjes alcohol van vader

Wie heeft weleens een slokje alcohol gedronken of meer?’ vraag ik tijdens mijn alcoholvoorlichting. Van de vijfentwintig leerlingen steken vijftien leerlingen hun vinger op. ‘Houd je vinger omhoog, want ik ga nog een vraag stellen en dan mag je met één woord beantwoorden’, zeg ik. Ik heb het beperkt tot een woord anders verdwalen we in verhalen. ‘Van wie heb je het slokje of meer gekregen?’ vraag ik. Op nummer één staat, zoals altijd, vader.

Ik lees het volgende voor aan leerlingen met uitleg: ‘Kinderen die weleens een slokjes alcohol van hun ouders krijgen, die drinken rond hun veertiende vaker alcohol en zijn al meer dan eens dronken geweest dan hun leeftijdsgenoten die nooit alcohol hebben gedronken. Dit blijkt uit een onderzoeken van Brown University’ (Bron: gezondheidsnet.nl).

De leerlingen begrijpen de boodschap. Vaak denken we dat groepsdruk, individuele factoren en de alcoholindustrie de boosdoeners zijn. Helaas staat vader met stip op nummer één aan de hand van een onderzoek onder dertigduizend leerlingen van groep acht als het gaat om de eerste kennismaking met alcohol.

‘Stel dat ik jullie tante Truus ben’, zeg ik. De leerlingen schieten in de lach. ‘Oké, ik ben jullie tante Truus en het is vandaag oudejaarsavond. Tante Truus heeft een fles wijn gedronken en om twaalf uur neemt ze nog een glaasje champagne en zegt tegen één van jullie: jij bent zo’n grote meid, jij mag wel een half glaasje champagne. Neemt tante Truus de juiste beslissingen als ze alcohol heeft gedronken?’ vraag ik. Wederom begrijpen ze de boodschap.

‘Er is niet één vader of moeder die op maandagochtend een broodtrommeltje meegeeft en vraagt of je misschien ook nog een slokje alcohol wilt. Dit gebeurt meestal of feestjes als volwassenen hebben gedronken en dan is het belangrijk dat jij zelf je hersens gebruikt om deze beslissing te nemen’.

Meest misleidende liefde  

Tijdens alcoholvoorlichting hebben we het over bloedalcoholgehalte. We berekenen het bloedalcoholgehalte van een meisje, dat zevenendertig kilo weegt, vijf glazen drinkt en na een uur wordt haar bloedalcoholgehalte berekend. Via een digitale formule op het digibord verschijnt het promillage van het meisje met de gegevens die we hebben ingevuld. Duidelijk is dat ze in coma belandt. Leerlingen vinden dit interessant en vragen dan of ik verschillende mogelijkheden wil invullen en berekenen via deze digitale formule. Ik geef aan dat ze een poster krijgen waar de naam van de website (www.digiprevent.nl) op staat vermeld waar dit kan, aangezien ze hebben begrepen waar het omgaat en ik nog meer belangrijke informatie met ze willen delen. ‘Er zit wel een maar aan de bloedalcoholgehaltemeter’ zeg ik.

Ik leg uit dat als iemand honderd kilometer wil lopen hij of zij daarvoor moet trainen. Dat begrijpen ze. Sommige mensen zijn getraind met alcohol drinken en belanden dan niet in coma, ondanks de bloedalcoholgehaltemeter aangeeft dat dit het geval is. Een leerling steekt zijn vinger op en zegt: ‘U bedoeld gewenning’. Ik vertel vaak een kort verhaal om een woord als gewenning of alcoholtolerantie te omzeilen aangezien anders de boodschap niet bij iedere leerling overkomt. ‘Ja, ik bedoel gewenning. Het feit dat het lichaam gewend is aan een bepaalde hoeveelheid alcohol die iemand drinkt. Als een persoon die bijna nooit alcohol drinkt van hetzelfde geslacht is, hetzelfde gewicht, dezelfde aantal glazen zou drinken en binnen dezelfde aantal uren, hij of zij in coma zou belanden’, antwoord ik.

Op de terugweg in de auto, denk ik na over gewenning aan het drinken van alcohol. Gewenning schijnt al bij één glas per dag te beginnen. Vroeger moest ik steeds meer alcohol drinken om hetzelfde effect te krijgen. Het woord effect staat voor het gevoel dat ik ervoer als ik alcohol dronk. Ik was dus gewend geraakt aan een bepaalde hoeveelheid en moest steeds meer drinken om hetzelfde gevoel (effect) te ervaren. Als ik nadenk over het woord gevoel en mezelf afvraag, wat ik voelde dan zit ik hoofdschuddend achter het stuur. Ik weet het antwoord namelijk al. Echt onzinnig, maar ik was verliefd op alcohol. De meest misleidende geestelijke en lichamelijke destructieve liefde waar ik zeventien jaar een innige relatie mee heb gehad.

Hoogopgeleide alcohol drinkende ouders.

Vandaag ga ik alcoholvoorlichting verzorgen in dorp X. Ik parkeer mijn auto. Aan de overkant staat een vrouw een sigaretje te roken. Ik denk: dat is een juf die buiten het zicht van leerlingen een sigaretje staat te roken. Het waait en het is ijzig koud. Ik vraag vanaf de overkant of dit de achterdeur is van de school. De vrouw steekt over. ‘Dit is de achterkant. Ik ben een juf’, zegt ze.

Ik leg uit dat ik een ervaringsdeskundige ben die alcoholvoorlichting gaat verzorgen voor groep 7/8. De juf barst los met verhalen. Het schijnt dat er veel zelfmoorden worden gepleegd in dit dorp door jongeren. Volgens de juf komt dit door de druk van de maatschappij. Laatst had een jongen zijn kleding netjes neergelegd, lachgas tot zich genomen en was overleden. Een andere jongere had onder invloed met een hakbijl iemand aangevallen. Vooral jongeren van hoogopgeleide ouders gebruiken verslavende middelen, volgens deze juf. Ik dacht tijdens haar verhalen: zou kunnen, aangezien hoger opgeleiden vaker drinken dan lager opgeleiden, wat geen goed voorbeeld is, vaak veel werkuren maken en daardoor minder aandacht (liefde) kunnen geven aan hun kinderen.

Als het gaat om verslavende middelen groeien niet alle jongeren op in een ideale sociale omgeving. Vandaar dat voorlichting door leerkrachten zo belangrijk is. Leerkrachten kunnen eenvoudig, op elk gewenst moment, vanaf elke locatie of apparaat, gratis en voor altijd gebruik maken van onze online kant- en- klare lessen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor een presentatie verzorgd door een ervaringsdeskundige voor een optimaal resultaat. 

Samen redden we kinderen door onherstelbare hersenschade te voorkomen. Zelfs hun levens!

 

Controle over je leven onbewust kwijtraken

Iedere volwassene houdt van controle over zijn leven. Als we controle behouden dan verloopt alles soepel. Als we de controle verliezen, dan kunnen we onze baan kwijtraken, onze relaties, ons huis of alle drie. De controle kunnen we verliezen door vermoeidheid, ziek zijn en/of emotioneel verward. Niet één geestelijk gezonde volwassene is bewust op zoek naar een manier om de controle kwijt te raken.

Onbewust zijn er helaas een ontelbaar aantal volwassenen die door het vloeibare gif de controle kwijtraken. Van het vloeibare gif is bekend dat het de eigenschappen heeft van een harddrug. Het staat op nummer vier van de meest gevaarlijke drugs. Deze lijst is opgesteld door het RIVM!

Van dit vloeibare gif is door wetenschappers onomstotelijk bewezen dat, indien het gedronken wordt, men afhankelijk van de hoeveelheid die men het gebruikt, de controle verliest over bepaalde hersensfuncties tijdens gebruik en dat hersenen onherstelbaar beschadigen door gebruik. Het gaat om drie hersenfuncties die tijdens gebruik en iedere keer dat men heeft gebruikt de kwaliteit van deze hersenfuncties vermindert. Het betreft: geheugen, concentratie en zelfcontrole.

We kunnen niet verwachten van jongeren, die volwassenen alcohol zien drinken, dat zij begrijpen dat volwassenen zich hiervan niet bewustzijn. Op deze manier geven we door aan jongeren, dat alcoholgebruik niet ten koste gaat van verschillende hersenfuncties en daardoor vermindering van controle over het leven.

Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) stelde in 2009 een lijst op:

Nummer 1: Rookbare cocaïne

Nummer 2: Heroïne

Nummer 3: Tabak

Nummer 4: Alcohol

 

Geheugenverlies door alcoholgebruik tijdens een bruiloft

Vandaag ga ik alcoholvoorlichting verzorgen op het voortgezet onderwijs vandaag. Wat een drukte op die gangen. Waanzin voor mijn geest. Na zeventien jaar overmatig alcohol te hebben gedronken is mijn concentratie niet meer optimaal. Dan heb ik het even niet over mijn geheugen en zelfcontrole. Iedereen denkt maar dat het wel meevalt: hersenschade door alcoholgebruik! Je kunt de drie beschadigde hersenfuncties niet afzonderlijk gebruiken. Het moet allemaal tegelijk. Als ik een tip mag geven aan een lezer die ook overmatig alcohol drinkt of heeft gedronken: zorg ervoor dat je niet moe bent als je iets belangrijk onderneemt. Dan gaat het allemaal een stuk makkelijker.

Van de week sprak ik een meisje van vierentwintig jaar die vanaf haar dertiende alcohol drinkt. Ze vertelde dat ze wat vergeetachtig was. Ik was even stil toen ze dit deelde met mij. Ik vroeg me af hoe ik haar zo vriendelijk mogelijk duidelijk kon maken dat de woordkeuze vergeetachtig niet correct was, maar dat ze te maken had met onherstelbare hersenschade door alcoholgebruik en dat dit onder de noemer geheugenstoornis valt.

Voor de zoveelste keer kijk ik op mijn rooster in welk lokaal ik moet zijn. Alsof ik in een overvol zwembad ben beland op zoek naar het trappetje om eruit te klimmen. Een voordeel is dat de leerlingen bepaalde stukken van de gangen niet mogen betreden. Dat mag pas vijf minuten voordat de les begint. Ik mag die bepaalde stukken te allen tijde wel betreden. Nog ongeveer twintig meter en ik kan mijn hersens even tot rust laten komen.

Tijdens de les hebben we het over een black-out door alcoholgebruik. Het feit dat je geheugen tijdens alcoholgebruik geen informatie meer opslaat. Steekt een meisje haar vinger op en zegt: ‘Mijn moeder is vorig jaar getrouwd met haar vriend. De beste vriendin van mijn moeder die ook op de bruiloft was, wist de volgende dag niet meer wat er gebeurd was’. Ik vroeg aan het meisje: ‘Hoe was de vriendin van je moeder aan de weet gekomen dat ze een gedeelte kwijt was van wat er gebeurd was op de bruiloft?’ ‘Ze had van een van de gasten van de bruiloft vernomen dat ze de hele avond had gehuild’, vertelde het meisje.

‘Dus ze had niet alleen een black-out door alcoholgebruik, maar ze had ook haar emoties niet onder controle. Problemen met zelfcontrole door alcoholgebruik,’ zeg ik. De leerlingen zijn doodstil, sommige schudden hun hoofd van ongeloof.

‘Jongeren die in coma belanden door alcoholgebruik verliezen een paar punten IQ. Denken jullie dat je ook punten IQ verliest als je een black-out hebt door alcoholgebruik?’ vraag ik.

De meeste leerlingen zeggen ja of knikken instemmend.

De keuze om het onzichtbare zichtbaar maken

Ik vind dat het de taak is van volwassenen (liefst leerkrachten) om het onzichtbare zichtbaar te maken voor kinderen. Daar bedoel ik mee de gevaren en gevolgen die verslavende middelen met zich meebrengen zichtbaar maken voor kinderen en handvatten aanreiken hoe zij zichzelf kunnen beschermen tegen het aanbod hiervan. De alcoholindustrie geeft miljarden uit om kinderen te laten geloven dat alcoholgebruik sexy, stoer en gelukkig maakt.

Als we het onzichtbare zichtbaar maken voor kinderen, beïnvloeden we de toekomst van deze maatschappij op een positieve manier, aangezien iedere jongeren die beslist om geen alcohol te gaan drinken meer oplevert voor deze maatschappij dan hij of zij alcohol zou gaan drinken. Hersenen beschadigen onherstelbaar en daardoor zullen een onnoemelijk aantal kinderen hun werkelijk potentieel nooit meer behalen. Daarnaast redden we letterlijk nog kinderenlevens als we het onzichtbare zichtbaar maken voor kinderen, aangezien ieder jaar vijfenvijftigduizend kinderen sterven in de EU aan de gevolgen van alcohol. Dat is de waarheid! We hebben te maken met een industrie die zich geen zorgen maakt om kinderhersens- en levens.

Daaruit voortvloeiend zorgt het zichtbaar maken (preventie) voor kinderen ervoor dat minder hulpvragers met alcohol en/of drugproblematiek aankloppen bij de verschillende gemeenten en daardoor vanzelfsprekend sprake is van een kostenbesparing voor de maatschappij en een hoop kinderleed (vaak tot volwassen leeftijd) wordt voorkomen.

Stel dat tien leerkrachten een uur per jaar voor gemiddeld zesentwintig leerlingen aandacht besteden aan het thema alcohol van de digitale lesmethode (alcoholpreventie) en daardoor twintig leerlingen besluiten om geen alcohol te gaan drinken. De positieve gevolgen die deze twintig jongeren zullen ervaren door geen alcohol te drinken worden zichtbaar. Niet alleen voor deze twintig niet-drinkende jongeren worden de positieve gevolgen zichtbaar maar ook voor hun omgeving.  Net zoals de negatieve sociale gevolgen van leeftijdsgenoten die alcohol drinken dagelijks zichtbaar zijn in onze omgeving.

Iedereen kent namelijk wel iemand in zijn omgeving die alcoholverslaafd (kinderleed vaak tot volwassen leeftijd) is en te maken heeft met de negatieve sociale gevolgen hiervan. Sommige kennen zelfs twee alcoholverslaafden uit hun omgeving. Helaas zijn er te veel mensen die zelfs drie alcoholverslaafde kennen in hun omgeving.

Tien leerkrachten die een uur per jaar aandacht besteden aan alcoholpreventie dat eenvoudig en gratis toegankelijk is gemaakt kunnen deze maatschappij op een positieve manier te beïnvloeden. Maar deze leerkrachten krijgen al ontzettend veel sociale problematiek op hun bordje, denken we uiteraard. Denk aan de NS met een programma over gedrag op het spoor, fietsdiploma, vuurwerk, Amnesty, diverse culturele en overige projecten.

Het is inderdaad een keuze wat we zichtbaar willen maken voor kinderen.

Van ongeloof naar geloof

Na mijn voorlichting raak ik in gesprek met een leerkracht. Hij wijst met zijn vinger naar een tekst op een van de formulieren die ik hem in een eerder stadium had overhandigd. Daar stond het volgende op: De cijfers zijn duidelijk: de daling op het gebied van middelengebruik (roken, drinken en blowen) die we al in 2009 zagen onder Nederlandse jongeren zet verder door, al is de daling het sterkst bij de elf- en dertienjarigen. Zonder iets te zeggen kijkt hij mij aan en haalt vragend zijn schouders op. Nog steeds zegt hij niets en wijst weer naar de tekst. ‘Je vraagt je af of met deze tekst bedoeld wordt dat elf en dertienjarigen al alcohol drinken?’ Hij knikt overtuigend ja. ‘Ja, dat wat daar staat wordt ermee bedoeld. Het is een tekst uit een internationale WHO/HBSC-rapport* (2016)’, antwoordde ik. De leerkracht zucht diep en schudt zijn hoofd van ongeloof.

Ik wijs naar de A3 informatieposter die op tafel ligt die alle leerlingen hadden meegenomen naar huis. ‘Daar ligt onze hoop’, zei ik. Er verschijnt een glimlach op zijn gezicht. De poster draagt eraan bij om bewustwording te creëren en te vergroten. De poster is zo opvallend dat deze hoogstwaarschijnlijk door iedere ouder wordt bekeken ondanks dat deze bedoeld is voor de leerlingen. Niet iedere volwassene is namelijk bekend met de informatie die op de poster staat weergeven. Enkele voorbeelden: Ieder jaar sterven er 55.000 kinderen in de EU aan de gevolgen van alcohol.  Daarnaast beschadigen een ontelbaar aantal kinderen hun hersenen. Na een keer comazuipen verlies je een paar punten IQ. Voordat je in coma belandt, heb je een black-out door alcoholgebruik. Je geheugen slaat dan geen informatie meer op tijdens gebruik.  Als je ouders regels stellen dan is de kans kleiner dat je op jonge leeftijd gaat drinken en verslaafd raakt. Door alcoholgebruik krijg je problemen met je geheugen, concentratie en zelfcontrole. Schade die aangericht is aan de hersenen door alcoholgebruik is onherstelbaar! De teksten worden vergezeld van bijpassende plaatjes.

Op de andere kant staat een groot hart getekend. In het midden van het hart staan de volgende teksten: Je hebt een keuze: ga je een paar punten IQ verliezen door alcoholgebruik of kies je voor een toekomst zonder sociale gevolgen door alcoholgebruik. Je hebt een keuze: je mag drinken als je achttien bent maar het moet niet! Je hebt een keuze: doe je stoer en drink je alcohol om erbij te horen met de kans verslaafd te raken of ga je voor vrienden waarbij dat niet hoeft en je jezelf kunt zijn. Je hebt een keuze: kies je ervoor om alcohol te drinken met het risico op een black-out en in coma te belanden of kies je ervoor om een risico te nemen dat je toekomst positief beïnvloedt?

‘De voorspellende waarde als leerkrachten de digitale lesmethode (thema alcohol) inzetten en het uitdelen van de A3 informatie poster is: drie van de zesentwintig kinderen besluiten om geen alcohol te drinken, twee het uitstellen tot latere leeftijd en een erop terugkomt nadat hij of zij is begonnen’, verklaar ik.

‘Betreffende preventie zijn leerkrachten in een uur al succesvol’, zei ik als toevoeging. De glimlach van de leerkracht werd breder en breder. Hij bedankte mij hartelijk en was zichtbaar dankbaar.

*WHO: World Health Origansation

*HBSC: health Behavoir in Schoolaged children

Alcohol drinkende dertienjarige!

Tijdens mijn alcoholvoorlichting geef ik een voorbeeld van groepsdruk. Het is een voorbeeld van een leerling van een aantal jaren terug. De jongen had op klaarlichte dag met drie vrienden dertien schoolramen ingegooid met stenen. Ik vroeg de jongen destijds waarom hij deze ramen had ingegooid. De jongen vertelde toen dat hij stoer wilde doen, erbij wilde horen en zich liet overhalen. De ingrediëntenlijst voor groepsdruk!

Vervolgens leg ik uit dat aan het einde van de dag één vader van één van deze jongens contact opneemt met de glaswacht. Deze vader vraagt dan aan de glaswacht of hij zo vriendelijk wil zijn om dertien nieuwe schoolramen te plaatsen. Probleem opgelost!

‘Laten we eens een ander voorbeeld nemen van groepsdruk’, opper ik. ‘Stel dat wij met een groep van acht jongeren op een pleintje staan. Ik ben van dezelfde leeftijd en heb twee flessen wijn geregeld. We nemen allemaal een glaasje maar Karin neemt er twee, we nemen nog allemaal een glaasje maar Karin neemt er weer twee’. De groep is inmiddels op de hoogte dankzij de bloedalcoholgehaltemeter dat een meisje met een gewicht van vijfendertig kilo, die binnen een uur vier glazen drinkt, in coma belandt. ‘Karin wordt naar het ziekenhuis gebracht en ligt drie uur in coma voordat ze bijkomt. Is het mogelijk dat een van haar ouders even belt met de hersenwacht voor drie nieuwe stukjes hersenen (geheugen, concentratie en zelfcontrole) en een paar punten IQ?’ vraag ik. De leerlingen kunnen er om lachen maar begrijpen dat schade veroorzaakt door alcoholgebruik aan hersenen in de groei niet kan worden oplost!

Van groepsdruk wil ik nog even naar zelfbescherming. Uiteraard is zelfbescherming in een groep belangrijk maar vaak ook bij een enkeling. Ik stel de volgende vraag; ‘Wie van jullie heeft weleens een slokje alcohol gedronken of meer?’ Ik ben verheugd. Na vijfendertigduizend leerlingen te hebben geïnformeerd en in iedere klas deze vraag te hebben gesteld, steken vandaag drie kinderen hun vinger op. Gemiddeld steken meestal van de zesentwintig leerlingen acht hun vinger op. De volgende vraag die ik stel is van wie ze het slokje hebben gekregen. Vader staat met stip op nummer één na vijfendertigduizend kinderen.

Na een uur neem ik afscheid. De leerkracht heeft inmiddels de zelfbeschermingstest uitgeprint en een leerling deelt deze uit. Na het maken van de test tellen zij de punten om erachter te komen wat de score betekent.

Thuis aangekomen, lees ik mijn mail. Hoofdschuddend lees ik de volgende titel van een artikel: Een op de vijf dertienjarigen uit Woensdrecht drinkt alcohol. Wat wordt bedoeld met drinkt alcohol, vraag ik mezelf af. Dit gaat niet over slokjes. Kinderen die weleens slokjes krijgen van hun ouders drinken rond hun veertiende vaker alcohol en zijn meer dan eens dronken geweest dan hun leeftijdsgenoten die nooit alcohol dronken. Dit blijkt uit een onderzoek van Brown University.

Dit maakt weer duidelijk hoe belangrijk preventie is via leerkrachten op scholen. Deze alcohol drinkende dertienjarigen waren achteraf afhankelijk van leerkrachten, aangezien de omgevingsfactoren niet toereikend waren.

Emotieloos door cocaïnegebruik!

Ik wandel over het schoolplein. Over een kwartier verzorg ik drugsvoorlichting. Snel doe ik mijn haar in een staartje, kijk op mijn telefoon voor de tijd en denk: ik kan nog wel even een kopje koffiedrinken. Mijn hoofdpijn lijkt erger te worden. Ik ben gestopt met koffie. Door het afkicken daarvan ondervind ik hoofdpijn. Ik hoop dat de hoofdpijn afzakt als ik toegeef aan een cafeïneshot. Als ex alcohol- en drugsverslaafde is toegeven aan iets waar je mee wilt stoppen een onzinnige oplossing. Maar daar wil ik nu even niet aan denken.

Als ik de aula oversteek in school zie ik iemand die ik herken. Deze man is geen leerkracht: is mijn eerste gedachte. Mijn hersens doen een poging om zijn gezicht te koppelen aan iemand uit het verleden toen ik nog verslaafd was.

‘He hallo’, zegt de man die ik herken. ‘He’, zeg ik en laat hem vervolgens kwebbelen aangezien mijn geheugen door zeventien jaar alcoholgebruik niet optimaal meer is. Mijn impliciete geheugen vist een naam naar boven. ‘Meneer X’, zeg ik. Inderdaad, het klopt. Dat gaat goed. Nu nog zien uit te vissen waar ik deze meneer van ken. ‘Hoe gaat het met je?’, vraag ik. ‘Weet je het al waar je mij van kent?’ vraagt hij. Hij schijnt te zien aan mijn gezicht dat ik niet zeker van mijn zaak ben. Weer vist mijn impliciete geheugen iets naar boven. Deze man was jaren geleden een paar weken klusjesman in mijn woning. Destijds had hij verhalen dat hij het huis was uitgezet door zijn vrouw vanwege zijn drugsgebruik, waarvan hij toen vond dat hij het onder controle had.

Wat blijkt: hij heeft een tijdje in een psychiatrische inrichting verbleven. Wauw, denk ik. Hij was dus krankzinnig geworden door zijn cocaïnegebruik. Dit verneem ik de laatste tijd steeds vaker. Knettergek worden door cocaïnegebruik! ‘Ik heb ook bijna in een psychiatrische inrichting gezeten maar mijn ex-man heeft mij thuisgehouden’, deel ik met hem.

Gelukkig was hij weer terug bij zijn vrouw en kinderen. Terwijl ik met hem stond te praten, gaf hij aan dat hij geen emoties meer ervoer.  Zelfs niet bij zijn kinderen. Ik was hiervan al op de hoogte, want een goede vriend en meerdere mensen die ik ken ondervinden ook deze lange termijn gevolgen door cocaïnegebruik. Emotieloos door cocaïnegebruik!

Ik kijk op de klok en geef aan dat ik voorlichting ga verzorgen. Als ik voor de klas sta, besluit ik om maar eens te beginnen met de top tien leugens van zogenaamde vrienden over drugsgebruik in de digitale lesmethode. Op nummer tien staat: een klein beetje cocaïne kan geen kwaad. Ik weet inmiddels voor honderd procent zeker dat overmatig cocaïnegebruik voor velen leidt tot emotieloosheid! Het zou dus heel goed mogelijk zijn dat een klein beetje kan leiden tot lichtelijke emotieloosheid door cocaïnegebruik.

 

 

‘Supermarkten zijn drugsdealers’

Ik rijd richting Medemblik met de auto. Ik verzorg over een kwartier een presentatie over alcohol uit het oogpunt van een ervaringsdeskundige.

Op de kapstok in school hang ik mijn jas op en speur in het rond in welk lokaal groep acht zich bevindt. Na vijfendertigduizend kinderen te hebben geïnformeerd, herken ik ze aan hun lengte. Ik weet zelfs wat leerlingen van die leeftijd wegen. Dit omdat ik voor de digitale bloedalcoholgehaltemeter tijdens mijn presentaties het gewicht vraag aan een meisje. Gemiddeld wegen deze meiden zevendertig kilo. Stel dat een meisje van dit gewicht vijf glazen alcohol drinkt en een uur na deze glazen haar bloedalcoholgehalte zou worden berekend dan is dat 2,67 promille. Jongeren die in een ziekenhuis worden opgenomen omdat ze in coma raken, hebben een gemiddeld promillage van 1,8. Aha, in het achterste lokaal in de hoek zie ik ze zitten.

Als ik het lokaal binnenkom, ruimen de leerlingen hun tafels op. De ene leerling stopt wat in zijn laatje en weer een ander haast zich nog even snel naar de prullenmand om iets weg te gooien. Ik kan vrijwel direct van start.

We hebben het erover dat je mág drinken op je achttiende, maar het moét niet. Hersenen groeien namelijk tot je vierentwintigste en tot die tijd zijn ze extra gevoelig voor gif (alcohol), leg ik uit.

‘Waarom mogen jullie al drinken op je achttiende?’ vraag ik. Dit keer weet de groep het antwoord niet. Meestal weet een van de groep het antwoord wel. ‘Zijn er misschien nog mensen die geld willen verdienen aan alcoholverkoop?’ vraag ik. Ze begrijpen allemaal dat er geld wordt verdiend aan alcoholverkoop. ‘Wat vinden deze alcoholverkopers belangrijk: kinderhersens of geld?’ vraag ik. ‘Geld’, roepen alle leerlingen tegelijk.

Vervolgens heb ik het over de top tien meest gevaarlijke drugs. Via het digibord toon ik de lijst en leg uit dat deze opgesteld is door de overheid (RIVM). Op nummer één staat: Rookbare cocaïne, op nummer twee: Heroïne en op nummer drie: Alcohol. Steekt een jongen zijn vinger op en zegt: ‘Maar mevrouw, dan zijn supermarkten drugsdealers’. Een kind van twaalf begrijpt binnen twintig minuten dat alcohol de eigenschapen heeft van harddrugs, maar overal verkrijgbaar is. Volgens experts op dit gebied is dit inderdaad het geval.

Bij het opstellen van het preventieakkoord vorig jaar zat de alcoholindustrie zelfs aan tafel. Als dit kind uit groep acht aan dezelfde tafel zou zitten, zijn vinger zou opsteken en vragen waarom bij een belangrijk onderwerp als voorkomen dat er problemen ontstaan door een vloeistof die de eigenschappen heeft van harddrugs de drugsdealers inspraak hebben. Wat is dan het antwoord?