‘Supermarkten zijn drugsdealers’

Ik rijd richting Medemblik met de auto. Ik verzorg over een kwartier een presentatie over alcohol uit het oogpunt van een ervaringsdeskundige.

Op de kapstok in school hang ik mijn jas op en speur in het rond in welk lokaal groep acht zich bevindt. Na vijfendertigduizend kinderen te hebben geïnformeerd, herken ik ze aan hun lengte. Ik weet zelfs wat leerlingen van die leeftijd wegen. Dit omdat ik voor de digitale bloedalcoholgehaltemeter tijdens mijn presentaties het gewicht vraag aan een meisje. Gemiddeld wegen deze meiden zevendertig kilo. Stel dat een meisje van dit gewicht vijf glazen alcohol drinkt en een uur na deze glazen haar bloedalcoholgehalte zou worden berekend dan is dat 2,67 promille. Jongeren die in een ziekenhuis worden opgenomen omdat ze in coma raken, hebben een gemiddeld promillage van 1,8. Aha, in het achterste lokaal in de hoek zie ik ze zitten.

Als ik het lokaal binnenkom, ruimen de leerlingen hun tafels op. De ene leerling stopt wat in zijn laatje en weer een ander haast zich nog even snel naar de prullenmand om iets weg te gooien. Ik kan vrijwel direct van start.

We hebben het erover dat je mág drinken op je achttiende, maar het moét niet. Hersenen groeien namelijk tot je vierentwintigste en tot die tijd zijn ze extra gevoelig voor gif (alcohol), leg ik uit.

‘Waarom mogen jullie al drinken op je achttiende?’ vraag ik. Dit keer weet de groep het antwoord niet. Meestal weet een van de groep het antwoord wel. ‘Zijn er misschien nog mensen die geld willen verdienen aan alcoholverkoop?’ vraag ik. Ze begrijpen allemaal dat er geld wordt verdiend aan alcoholverkoop. ‘Wat vinden deze alcoholverkopers belangrijk: kinderhersens of geld?’ vraag ik. ‘Geld’, roepen alle leerlingen tegelijk.

Vervolgens heb ik het over de top tien meest gevaarlijke drugs. Via het digibord toon ik de lijst en leg uit dat deze opgesteld is door de overheid (RIVM). Op nummer één staat: Rookbare cocaïne, op nummer twee: Heroïne en op nummer drie: Alcohol. Steekt een jongen zijn vinger op en zegt: ‘Maar mevrouw, dan zijn supermarkten drugsdealers’. Een kind van twaalf begrijpt binnen twintig minuten dat alcohol de eigenschapen heeft van harddrugs, maar overal verkrijgbaar is. Volgens experts op dit gebied is dit inderdaad het geval.

Bij het opstellen van het preventieakkoord vorig jaar zat de alcoholindustrie zelfs aan tafel. Als dit kind uit groep acht aan dezelfde tafel zou zitten, zijn vinger zou opsteken en vragen waarom bij een belangrijk onderwerp als voorkomen dat er problemen ontstaan door een vloeistof die de eigenschappen heeft van harddrugs de drugsdealers inspraak hebben. Wat is dan het antwoord?

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *